stOOmgroep turnhout vzw

secretariaat Ingrid Geldhof
tel. +32(0)499 180382 (secretaris)
tel. +32(0)14 429074 (clubhuis)
spoorweg : Parklaan Turnhout

                   id.nr. 5362/82  ▫▪▫▫▪▫  BTW BE422.415.402  ▫▪▫▫▪▫  bank ING 320-0767051-45  ▫▪▫▫▪▫  e-mail info@stoomgroep.be

Start
up

Richtlijnen machinisten Stoomgroep Turnhout vzw

  1. Locomotieven, wagens en toebehoren worden afgeladen op de aangegeven plaats van één van de lossporen. De hoofdbaan mag bij het lossen of laden in geen geval gehinderd worden. Na het lossen en/of laden worden de auto's onmiddellijk op een parking buiten het park weggezet.

  2. De treinwagens worden door een aangewezen persoon gerangeerd naar een wachtspoor. De locomotieven worden aan de draaischijf geplaatst. Stoomlocomotieven dienen voorzien te zijn van een geldig kwalificatiebewijs van ketelkeuring zoals uitgegeven door o.a. het "Samenwerkingsverband van Stoomgroepen".(waarvan de Stoomgroep lid is), het Nederlands Stoomwezen, een keuringscommissie erkend door de Belgische Staat, de Deutsche Dampfbahn Club, de Commission Française de Sécurité de Travail en het British Steam Certificate, voor zover deze bewijzen de geldigheidsduur niet hebben overschreden.
    Bij gebrek aan kwalificatiebewijs kan de stoomlok onder druk worden gebracht na een voorlopige keuring door de technische leiding van de vereniging. Deze keuring houdt in: inspectie van leidingen en ketel 'op zicht', proefdrukken van de ketel met water op 1½ maal de werkingsdruk, vaststelling dat het stoomtuig is voorzien van 2 veiligheidskleppen die opengaan bij een normale werkingsdruk + 10 % en dat de loc voorzien is van een locomotief- of tenderrem. Een keuringsbewijs van het "Samenwerkingsverband van Stoomgroepen" kan door de Stoomgroep afgeleverd worden.

    Alle locomotieven en/of tenders moeten minstens voorzien zijn van één afdoende rem.

  3. Het voorbereiden van de locomotief en het op druk brengen moet gebeuren aan de draaischijf.

  4. Alvorens het spoorparcours op te rijden moet de machinist dit eerst melden aan de stationsverantwoordelijke. Alleen na zijn toelating en op basis van zijn instructies mag de spoorbaan opgereden worden. De machinist rijdt een proefrit over de baan en zal eventueel nadien zijn wagens kunnen koppelen in het station of op de aangewezen plaats.

  5. Rijden met passagiers heeft voorrang op het rijden zonder passagiers. Het rijden zonder passagiers is toegelaten in zover de dienstregeling dit kan toelaten. Hierover beslist de stationsverantwoordelijke.

Het rijden op de baan gebeurt met inachtname van de grootste voorzichtigheid betreffende de passagiers. Let op de passagiers achter u. Hogere snelheden dan 15 km per uur worden niet toegelaten. Op de overwegen, in het station en op gevaarlijke plaatsen is de maximum snelheid 5 km per uur. Voor treinstellen waarvan de wagens ongeremd zijn, dient de maximale snelheid verminderd te worden met 30%, met uitzondering van de minimum snelheid van 5 km/u.

Het rijden dient te gebeuren met inachtneming van de aanwijzingen van de stationsverantwoordelijke en/of seinaanduidingen langs de baan. De minimum afstand tussen twee treinen bedraagt minstens 30 meter.

  1. Het trekken van de rooster mag alleen geschieden boven de slakkenput. Wanneer in noodgeval de rooster getrokken wordt op een andere plaats dient zorg te worden gedragen voor de opruiming van as en slakken.

  2. Bevoegde machinisten:

Alle personen, ouder dan 16 jaar en die door het bestuur van de vereniging of de eigenaar van de locomotief werden aangeduid.

Wanneer het gaat om minderjarigen dienen deze gecontroleerd te worden door een meerderjarig bevoegd machinist doch dit kan slechts gebeuren nadat de hoofdverantwoordelijke dit heeft goed bevonden.

Rijden met passagiers kan alleen door bevoegde machinisten, ten minste 16 jaar oud.

  1. Machinisten dienen zonder uitzondering gevolg te geven aan de lichtseinen langs de baan. hoofdregels bij het seingeven zijn de volgende:

  • ROOD : doorrijden verboden

  • GROEN : doorrijden toegestaan

  • DUBBEL GEEL : doorrijden toegestaan, volgend sein is een stopsein.

    • De gele driehoeken (punt beneden) geven in zwarte cijfers een snelheidsvermindering in km/u aan.

    • De groenen driehoeken (punt boven) geven in gele cijfers de maximaal toegelaten snelheid aan in km/u.

    • Het blauwe bordje met de witte letters SF (sifler - fluiten) geeft aan waar de fluit moet gebruikt worden.

    • Het witte bordje met zwarte cijfers geeft het nummer van het sein aan.

    • Het inkomsein aan het station geeft in het lichtsein tevens het nummer van het inkomende spoor aan.

© 2012  Dani Bellemans - aCa
last update 11/04/2012