|


| |
Richtlijnen machinisten
Stoomgroep Turnhout vzw
-
Locomotieven, wagens en
toebehoren worden afgeladen op de aangegeven plaats van één van de
lossporen. De hoofdbaan mag bij het lossen of laden in geen geval
gehinderd worden. Na het lossen en/of laden worden de auto's
onmiddellijk op een parking buiten het park weggezet.
-
De treinwagens worden door
een aangewezen persoon gerangeerd naar een wachtspoor. De locomotieven
worden aan de draaischijf geplaatst. Stoomlocomotieven dienen voorzien te
zijn van een geldig kwalificatiebewijs van ketelkeuring zoals uitgegeven
door o.a. het "Samenwerkingsverband van Stoomgroepen".(waarvan de
Stoomgroep lid is), het Nederlands Stoomwezen, een keuringscommissie erkend
door de Belgische Staat, de Deutsche Dampfbahn Club, de Commission Française
de Sécurité de Travail en het British Steam Certificate, voor zover deze
bewijzen de geldigheidsduur niet hebben overschreden.
Bij gebrek aan kwalificatiebewijs kan de stoomlok onder druk worden gebracht
na een voorlopige keuring door de technische leiding van de vereniging. Deze
keuring houdt in: inspectie van leidingen en ketel 'op zicht', proefdrukken
van de ketel met water op 1½ maal de werkingsdruk, vaststelling dat het
stoomtuig is voorzien van 2 veiligheidskleppen die opengaan bij een normale
werkingsdruk + 10 % en dat de loc voorzien is van een locomotief- of
tenderrem. Een keuringsbewijs van het "Samenwerkingsverband van
Stoomgroepen" kan door de Stoomgroep afgeleverd worden.
Alle locomotieven en/of
tenders moeten minstens voorzien zijn van één afdoende rem.
-
Het voorbereiden van de
locomotief en het op druk brengen moet gebeuren aan de draaischijf.
-
Alvorens het spoorparcours op
te rijden moet de machinist dit eerst melden aan de
stationsverantwoordelijke. Alleen na zijn toelating en op basis van
zijn instructies mag de spoorbaan opgereden worden. De machinist rijdt een
proefrit over de baan en zal eventueel nadien zijn wagens kunnen koppelen in
het station of op de aangewezen plaats.
Rijden met passagiers heeft
voorrang op het rijden zonder passagiers. Het rijden zonder passagiers is
toegelaten in zover de dienstregeling dit kan toelaten. Hierover beslist de
stationsverantwoordelijke.
Het rijden op de baan gebeurt
met inachtname van de grootste voorzichtigheid betreffende de
passagiers. Let op de passagiers achter u. Hogere snelheden dan 15 km per
uur worden niet toegelaten. Op de overwegen, in het station en op
gevaarlijke plaatsen is de maximum snelheid 5 km per uur. Voor treinstellen
waarvan de wagens ongeremd zijn, dient de maximale snelheid verminderd te
worden met 30%, met uitzondering van de minimum snelheid van 5 km/u.
Het rijden dient te gebeuren
met inachtneming van de aanwijzingen van de stationsverantwoordelijke en/of
seinaanduidingen langs de baan. De minimum afstand tussen twee
treinen bedraagt minstens 30 meter.
-
Het trekken van de rooster
mag alleen geschieden boven de slakkenput. Wanneer in noodgeval de rooster
getrokken wordt op een andere plaats dient zorg te worden gedragen voor de
opruiming van as en slakken.
-
Bevoegde machinisten:
Alle personen, ouder dan 16 jaar
en die door het bestuur van de vereniging of de eigenaar van de locomotief
werden aangeduid.
Wanneer het gaat om
minderjarigen dienen deze gecontroleerd te worden door een meerderjarig
bevoegd machinist doch dit kan slechts gebeuren nadat de
hoofdverantwoordelijke dit heeft goed bevonden.
Rijden met passagiers kan
alleen door bevoegde machinisten, ten minste 16 jaar oud.
-
Machinisten dienen zonder
uitzondering gevolg te geven aan de lichtseinen langs de baan. hoofdregels
bij het seingeven zijn de volgende:
-
ROOD : doorrijden verboden
-
GROEN : doorrijden toegestaan
-
DUBBEL GEEL : doorrijden
toegestaan, volgend sein is een stopsein.
-
De gele driehoeken (punt
beneden) geven in zwarte cijfers een snelheidsvermindering in km/u
aan.
-
De groenen driehoeken
(punt boven) geven in gele cijfers de maximaal toegelaten snelheid
aan in km/u.
-
Het blauwe bordje met de
witte letters SF (sifler - fluiten) geeft aan waar de fluit
moet gebruikt worden.
-
Het witte bordje met
zwarte cijfers geeft het nummer van het sein aan.
-
Het inkomsein aan het
station geeft in het lichtsein tevens het nummer van het inkomende
spoor aan.
|